Kunstmatige zoetstoffen: vriend of vijand?

Wat zijn kunstmatige zoetstoffen

Kunstmatige zoetstoffen zijn synthetische suikervervangers maar kunnen worden afgeleid van natuurlijk voorkomende substanties, zoals kruiden of suiker zelf. De meest voorkomende kunstmatige zoetstoffen zijn sacharine, aspartaam, acesulfaam K, sucralose en neotaam. Daarnaast zijn er de steviolglycosiden, dit zijn zoetstoffen welke uit de stevia planten worden gehaald, en worden gebruikt in veel voedingsmiddelen en dranken.

Kunstmatige zoetstoffen zijn chemische verbindingen die veel zoeter zijn dan suiker, waardoor veel minder zoetstof nodig is en de energiebijdrage van deze stoffen vaak te verwaarlozen is. Het nadeel is dat de zoete smaak van deze stoffen vaak verschilt van suiker en meestal ook een onaangename nasmaak geeft.

Rebaudioside en stevioside zijn steviol glycosiden die verantwoordelijk zijn voor de zoete smaak van de bladeren van de stevia plant, en worden soms aangeduid als een natuurlijke zoetstof. Hoewel er is geen universeel overeengekomen definitie is van ‘natuurlijk’, de vraag is of ‘natuurlijk’ altijd beter is? Immers, miltvuur is natuurlijk, maar niemand zou graag willen dat dit wordt toegevoegd aan onze voedselvoorziening. Het grote probleem met stevia is dat geen enkel bedrijf de juiste chemische samenstelling van hun product weet, en om de rebaudioside uit de plant te halen, zijn veel chemische stoffen nodig. Echter, steviolglycosiden zijn de enige ‘natuurlijke’ non-calorische zoetstoffen die vandaag beschikbaar zijn voor de consument als keuze voor natuurlijke vervanging van suiker.

 

Detectie van zoet in het lichaam

Hoe kunnen zulke verschillende chemische verbindingen allemaal zoet smaken? Dr. Charles Zuker, professor aan de Columbia University Medical Center, ontdekte in 2001 dat “alle zoete dingen in het leven worden waargenomen door een enkele receptor”. Deze zoete smaakreceptor, een G-proteïne gekoppelde receptor, ligt in specifieke papillen bij de achterkant van de tong. Deze cellen sturen dan signalen naar de hersenen. Andere wetenschappers hebben ook aangetoond dat kunstmatige zoetstoffen zintuiglijke waarnemingen buiten zoetheid ontlokken. Sacharine, bijvoorbeeld, blijkt ook bittere eigenschappen te hebben, terwijl sommige van de steviol glucosiden een dropachtige nasmaak hebben.

Onlangs is aangetoond dat het maag-darmkanaal ook zoete smaak receptoren bevat, vergelijkbaar met de receptoren die worden aangetroffen op de tong. De rol van deze receptoren aan in het maag-darmkanaal is nog niet geïdentificeerd . “We zijn nu net begonnen met ontrafelen waarom deze zoete smaak receptoren aanwezig zijn in de darm,” zegt Dr Richard Mattes, hoogleraar Voeding Wetenschap aan de Purdue University. “Wij geloven dat deze receptoren bijdragen aan de opsporing van darminhoud en feedback geven via de uitscheiding van hormonen.”

 

Kunstmatige zoetstoffen en obesitas

De rol van kunstmatige zoetstoffen in lichaamsgewichtcontrole blijft omstreden. Er is gesuggereerd dat de consumptie van laag energierijk voedsel wordt gevolgd door een verhoogde inname van energierijk voedsel om te compenseren voor de verloren energie. Wetenschappers suggereren dat wanneer echte suikers worden verbruikt, er hormonen worden vrijgegeven en het energieverbruik toeneemt om op een effectieve manier de suikers af te breken. Kunstmatige zoetstoffen zouden dit proces verstoren; ze produceren een zoet smakend signaal in de mond, maar ze hebben niet de verwachte energierijke eigenschappen.

Wetenschappers benadrukken dat kunstmatige zoetstoffen kunnen helpen bij gewichtsbeheersing, maar alleen als mensen dit gezond gedrag niet overcompenseren door het eten van extra calorierijk voedsel, als een soort van beloning voor hun gezond gedrag. Bijvoorbeeld, wanneer een persoon een appeltaart als dessert kiest, welke ongeveer 600 calorieën per portie bevat, maar kunstmatige zoetstof in de koffie of thee (16 calorieën) gebruikt ter vervanging van suiker. Veel mensen gebruiken de kunstmatige zoetstoffen op een verkeerde manier welke leidt tot gewichtstoename, omdat ze het drinken van light frisdranken als een excuus gebruiken om meer calorierijk voedsel te eten.

 

Kunstmatige zoetstoffen en glucose homeostase

Glucose homeostase is de balans tussen insuline, glucagon en bloedsuikerspiegel. Insuline is een hormoon dat door de alvleesklier wordt uitgescheiden en helpt bij de opname van suiker in cellen, maar helpt ook om de hoeveelheid suiker die in het bloed circuleert te verlagen. De hoeveelheid insuline die word afgegeven in de bloedstroom is gerelateerd aan de hoeveelheid suiker in het bloed. Bij type 2 diabetes is de alvleesklier niet langer in staat om voldoende insuline te produceren, waardoor de cellen niet meer in staat zijn om suiker uit het bloed op te nemen.

Kunstmatige zoetstoffen kunnen een goed alternatief zijn voor type 2 diabetes patiënten. In tegenstelling tot suiker, verhogen kunstmatige zoetstoffen de bloedsuikerspiegel niet. Echter, recente studies tonen aan dat sommige kunstmatige zoetstoffen wel de bloedglucose en insuline niveaus kunnen beïnvloeden. Zo lijkt Acesulfaam K de insuline uitscheiding te beïnvloeden, hoewel dit effect alleen optreedt als het in combinatie met glucose wordt ingenomen. In een studie uitgevoerd door Dr. Pepino (Washington School of Medicine) werd aangetoond dat sucralose een hogere piek veroorzaakt in de bloedsuikerspiegel met als gevolg dat er meer insuline wordt uitgescheiden.

Is het erg dat kunstmatige zoetstoffen effectief insuline uitscheiden stimuleren? Wetenschappers denken van niet. Kunstmatige zoetstoffen worden meestal geconsumeerd als deel van een maaltijd. Dus het bevorderen van insuline-uitscheiding zou dan gunstig zijn om de bloedsuikerspiegel gelijk te houden. Een ander voordeel van deze verhoogde insuline-uitscheiding is dat insuline ook een verzadigingssignaal afgeeft na een maaltijd en welke wordt geassocieerd met een verminderde eetlust en verminderde opname van energierijke voedingsmiddelen.

 

Dier versus humane studies

Het maken van directe vergelijkingen tussen mensen en dieren is uiteraard ingewikkelder, maar wat dierlijke studies kunnen doen is een hypothese direct testen om deze dan vervolgens te verfijnen voor de mens. Als er overtuigende bewijzen zijn van meerdere dierstudies, geeft dat meer vertrouwen in de theorieën, zeggen wetenschappers.

Anderzijds zijn er zeer veel studies die aantonen dat er zeer duidelijke verschillen zijn tussen dieren en mensen. Cyclamaat, een kunstmatige zoetstof welke verboden is in de Verenigde Staten, maar nog steeds onbeperkt beschikbaar in het Verenigd Koninkrijk en andere delen van Europa, heeft een zoete smaak voor de mens, maar bepaalde muizenstammen die veel in laboratoria worden gebruikt, nemen deze stof niet waar als zoet. Van een andere kunstmatige zoetstof, sucralose, is aangetoond dat het uitscheiding van hormonen stimuleert vanuit de darm bij muizen, maar het menselijke maag-darmkanaal reageert niet op deze kunstmatige zoetstof tenzij het wordt gecombineerd met andere voedingsmiddelen.

Hoewel er al erg veel informatie beschikbaar is over de effecten van zoetstoffen op de gezondheid, het merendeel van deze data is verkregen vanuit dierlijke studies. De claim dat aspartaam kanker veroorzaakt is dus wetenschappelijk bewezen, maar alleen in muizen, en niet in mensen. De hoeveelheid die deze dieren krijgen is vele malen hoger dan wat wij als mensen binnen zouden krijgen. Doordat dit soort wetenschappelijke data verkeerd wordt geïnterpreteerd door consumenten ontstaan er misconcepties en ongegronde angst voor bepaalde voedingsproducten.

 

De ideale zoetstof

Dus wat zou de ideale zoetstof zijn? Wetenschappers zijn het er universeel over eens: een die af en toe en in relatief kleine hoeveelheden wordt geconsumeerd. Waar gezoete dranken vroeger als een beloning werden gezien, lijken ze nu alomtegenwoordig en worden dagelijks geconsumeerd door veel mensen, waaronder kinderen. Andere producten zitten ook boordevol toegevoegde zoetstoffen, zowel suikers en kunstmatige zoetstoffen. Hoewel dit misschien voedingsmiddelen en dranken zeer smakelijke maakt, dit zal bijdragen aan overconsumptie.

Wetenschappers zijn het eens dat het niet uitmaakt of je nu suiker of kunstmatige zoetstoffen consumeert, zolang het maar met mate is. Kunstmatige zoetstoffen kunnen helpen bij gewichtsverlies, zolang er geen overcompensatie plaatsvindt met andere calorierijke voedingsmiddelen. Of kunstmatige zoetstoffen een rol spelen bij andere gezondheidsproblemen staat nog ter discussie. Er is geen overtuigend bewijs dat zoetstoffen bijdragen aan de ontwikkeling van gezondheidsproblemen, maar er is ook geen overtuigend bewijst dat aantoont dat ze het niet doen.

Artikel is gepubliceerd op www.infonu.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *